Deze blogpost is misschien wel het tegenovergestelde van clickbait, maar ik heb me de afgelopen week al twee keer in deze twee dames vergist. Nu gebeurt dat me om de haverklap in Bourgogne — ik wil nog altijd een blog wijden aan de familie Noëllat — maar nu zijn deze twee champagneproducenten aan de beurt.
Elise Dechannes en Elise Bougy zijn namelijk allebei champagnemakers, die ongeveer tegelijk in mijn leven werden geïntroduceerd. Sindsdien haal ik ze steevast door elkaar. Wie zijn deze vrouwen?
Elise Dechannes
Elise Dechannes is een wijnmaakster uit Gyé-sur-Seine, een dorpje met welgeteld zo’n 500 inwoners. Het ligt in de Côte des Bar, in het zuiden van de Champagnestreek, en valt binnen het gebied van Les Riceys. Ze begon haar carrière als bankier, maar kwam er achter dat ze daar niet gelukkig van werd. In 2008 gooide ze het roer om en keerde terug naar haar wortels. Ze nam een aantal percelen van haar ouders in pacht.
Dat ging niet zonder slag of stoot: haar ouders hadden weinig vertrouwen in de biologische aanpak van hun dochter en gaven haar de wijngaarden die zij als minder gunstig beschouwden. Sommige waren moeilijk machinaal te bewerken, andere lagen op het noorden. Daar stond tegenover dat het vaak om oude wijnstokken ging, afkomstig van goede massale selecties van pinot noir. Dat paste eigenlijk precies in het straatje van Elise.
Volgens haar website maakt ze 8 cuvées, waarvan 1 chardonnay, de rest van pinot noir. Van ‘instap’ Essentielle die 24 maanden rijpt tot L’alpha & l’omega met een lie-rijping die tenminste 7 jaar duurt. Ze maakt ook een Rosé de Riceys waar ik heel benieuwd naar ben. Hoe dan ook, we moeten er snel zijn. Elise Dechannes is met pensioen. Haar laatste vintage was in 2023. In 2024 maakte ze geen wijn, omdat het weer het niet toeliet.
“We ask vines, she said, to exist in permanent productivity, to remain healthy and generous every single year, with no room for weakness, illness, exhaustion, or pause.” (bron)

Elise Bougy
Het verhaal van Elise Bougy is enigszins vergelijkbaar met dat van Elise Dechannes, als in: vrouw, wijnfamilie en bio-fanaat. Maar gelukkig voor Elise Bougy keerde haar familie zich niet tegen haar en wilden ze juist graag dat ze de boel overnam.
Aanvankelijk koos Elise een andere weg. Ze begon een wijnagentschap en bracht sjieke labels waaronder Thomas Pico uit Chablis en André en Mireille Tissot uit de Jura naar de Champagne. In 2016 kroop het bloed toch waar het niet gaan kon en ging ze met de wijngaarden van haar familie zelf champagne maken. Makkelijker gezegd dan gedaan, want de familie Bougy waren vignerons. Wel wijngaarden, geen wijn. De druiven werden verkocht aan de plaatselijke coöperatie.
Gelukkig ging dat hier zonder familieruzie. Maar makkelijk was het vast niet, er was immers nog geen kelder. De eerste vintage, 2018, maakte ze in de kelder van vrienden. Elise Bougy is gevestigd in Le Mesneux met 3 hectare gelijk verdeeld over chardonnay, pinot noir en meunier. Ze maakt 8 champagnes en 2 coteaux champenois.

Ik dronk Le Mont Chainqueux, blanc de noirs van 50/50 pinot noir en meunier. De basiswijn rijpt op hout (foudre van 2000 liter en 7 fûts van 228 liter). De champagne rijpt drie jaar op de gistcellen. Een heel ander glas dan die van Elise Dechannes. Dit is voller, guller, zonder z'n strakke kern te verliezen. Kortom, een perfecte champagne bij een tafel vol snacks.
Meer champagne?
Ik heb er al vaker over geschreven en heb allerlei tips voor je op een rij gezet. Dat is wel van een aantal jaren geleden, maar de meeste zijn nog hartstikke relevant.
Hou ook onze substack in de gaten, want daar verschijnt de volgende editie over Reims.


Share:
Een wijnfan in Chili